ebook img

3 januari 1928. Drie Surinaamse verstekelingen komen aan in Amsterdam om artiest te worden. 5 ... PDF

100 Pages·2009·1.82 MB·Dutch
Save to my drive
Quick download
Download

Preview 3 januari 1928. Drie Surinaamse verstekelingen komen aan in Amsterdam om artiest te worden. 5 ...

95 3januari1928. DrieSurinaamseverstekelingenkomenaanin Amsterdamomartiestteworden. 5 De huidskleur van de jazz Aan boord van de oceaanstomer Cottica die op 3 januari 1928 aanmeerde in de haven van Amsterdam bevonden zich drie verstekelingen die zich, zonder het van elkaar te weten, in Paramaribo heimelijk in het vooronder hadden verstopt. Toen ze drie dagenna aanvangvan de reis werdenbetrapt,lietde kapiteinhen bij wijze vanstrafelkedaghetdekschrobben.BinneneenmaandnaaankomstvondenFrits Blijd(1907),FransVroom(1905)enLodewijkArthurParisius(1911)emplooiinhet artiestenvak. Niet dat ze daar enige ervaring in hadden, maar als het blanke Amsterdam érgens plaats had voor Surinaamse nieuwkomers, dan was het wel in het nachtclubcircuit en aanverwante horeca die de beschikbaarheid van ‘negers’ aangreep om eindelijk de grootsteedse allure aan te nemen die al zo lang werd nagestreefd. FritsBlijdbediendezichbeurtelingsvandeartiestennamenFreddyBlythe,Jimmy Blue en Rico Fernando en werkte als portier, tapdanser, drummer, percussionist, dansschoolhouder en leider van een eigen orkest. ‘Op het Arbeidsbureau hadden zekleurlingachtermijnnaamingevuld,’zouBlijdzichlaterherinneren.‘Ikhebnooit ergenshoevensolliciteren,hetwerkismealtijdkomenaanwaaien.Wiezwartwas, hadindietijdeenflinkestreepvooropandereartiesten.Welnee,vandiscriminatie hebiknooitietsgemerkt.Dekleurvanmijnhuidwerktejuistinmijnvoordeel’(Kagie 1989, 23). De Afro-Surinaamse avonturiers die vóór de oorlog in de Nederlandse amusementssectordebuteerden,haddenalleredenomtrotstezijnophundonkere huid. Zwart werd geassocieerd met exotisch en dus, zo luidde de redenering, hoe zwarter de musicus, des te ‘authentieker’ de klanken waar hij het publiek op trakteerde. De (lichtgekleurde) saxofonist, fluitist en zanger Max Woiski Sr. die in 1936inNederlandarriveerde,hadwatdatbetrefteenveelzeggendeervaringachter de rug: Het gebeurde eens dat Kid Dynamite bij vergissing twee contracten getekendhad:ScheveningenenOostvoorne.ScheveningenzouKidzelf waarnemen en hij vroeg mij of ik Oostvoorne voor mijn rekening wilde nemen. Ik zei O.K.,maar de eigenaar van de zaak ontving mij met een gezicht alsof hem knollen voor citroenen waren verkocht. Of ik nu goed op fluit of sax kon blazen interesseerde hem minder: de zaak was dat ik ervolgenshemniet‘gekleurd’genoegopstond.Mijnhuidskleurwasnog CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 96 wat te licht... Voor de kleur heb ik toen een gitzwarte trompettist aan het orkestje toegevoegd, wat de klankkleur nou weer niet ten goede kwam, want de arme jongen kon nièt tellen... (Lugtenburg 1950, 12) Degedachtedatdekwaliteitvandejazzverbetertnaarmatedevertolkerdichter bij zijn Afrikaanserootsstaat, doet - in ieder geval: dééd - trouwens ook opgeld in deVerenigdeStaten,waardemuzieksoortwerduitgevonden.Ineenbiografieover ‘Prince of Darkness’ Miles Davis duikt een citaat op van de lichtgekleurde pianist Bud Powell die de trompettist met onverholen jaloezie toevoegde: ‘I wish I was blacker than you’ (Chambers, 1985, 4). FransVroomnoemdezichvoortaanPrinsKayaenverdiendezijngeldalsdanser, goochelaar en circusacrobaat. Uiteindelijk vond hij zijn definitieve bestemming als veelgevraagd vuurvreter. Bakkersknecht Arthur Parisius ging als saxofonist Kid Dynamiteeensuccesvolleinternationalecarrièretegemoet.JazzhistoricusHerman OpenneeroppertinzijnminibiografieKidDynamite,delegendeleeftdemogelijkheid datParisiusbinneneenjaarnazijnvestiginginAmsterdamzijneerstestudioopname maaktealslidvandeSaramaccaBand,waarvanin1929twee78-toerenplatenmet Surinaamse deuntjes bij het Britse label Edison Bell verschenen (Openneer 1995, 9). Meer zekerheid over de prille activiteiten van zijn hoofdpersoon ontleent de biograaf aan een advertentie die in de zomer van 1931 in deFranekerCourant opdook: AlssensatievoorFranekeroptredenvanhetNEGER-DUOMR.WONG SIE-KWIEENMR.L.R.A.PARUSIUS.BegeleidervandenBanjoPlayer T.G. Kansoon, English song and dans. Sinds 14 dagen met geweldig succes met hun Zang en Black Bottom Dansen opgetreden in verschillende Cabarets in Amsterdam. (Openneer 1995, 11) NietalleendenaamParisiuswasverkeerdgespeld,ookdievandeSurinaamse musicus Theodoor Kantoor, die weldra onder de naam Teddy Cotton als beroepstrompettist(‘de Nederlandse Louis Armstrong’) zou doorbreken. Volgens deverhalenontleendeKidDynamitezijnartiestennaamaandekortstondigeperiode waarin ook hij als vuurvreter in een circus optrad. Van het geld dat hij daarmee verdiende,zouhijeenklarinethebbengekochtdiehijalsautodidactleerdebespelen. Inzijngeboortelandhadhijviadeblokfluitvaneenoomalwatelementairemuzikale kennis verworven. Zodra hij het zich financieel kon veroorloven, schakelde Kid Dynamiteoveropaltsax,omtenslotteopdetenorzijndefinitievegeluidtevinden. UitderijkeknipselcollectievanhetNederlandsJazzarchiefblijktdathetfenomeen van de Surinaamse musici zich in de jaren dertig in een groeiende belangstelling van de pers en het publiek mocht verheugen. De pioniers hadden de tijd mee: Amerikaanse jazz groeide hier, mede dank zij de opmars van de radio, uit tot een rage die, zoals dat met rages gaat, vooral jongeren aansprak. De Ramblers, het toonaangevende dansorkest in vooroorlogs Nederland, mikte vanaf de oprichting in 1931 CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 97 alophetrustigedeelvanhetAmerikaansjazzrepertoire.Hetresultaatwasmisschien wataandebravekant,maardathetkwaliteithad,staattotopdedagvanvandaag voor kenners buiten kijf. Toch staken de Ramblers in meer dan één opzicht bleek af bij de grote voorbeelden. Dat werd voor iedereen duidelijk toen de eerste internationale iconen in de loop van de jaren dertig in ons land kwamen optreden. Injuli1933zettenDukeEllingtonenzijnorkesthetKurhausteScheveningenop dekop,viermaandenlatergevolgddoorLouisArmstrong,dievanwegegrootsucces het jaar daarop terugkeerde. ‘Felle dissonanten gillen uit den band op,’ meldde de HaagscheCourantna het Armstrong-concert op zondag 12 november 1932 in de Dierentuin in Den Haag. Armstrong's schetterende trompet jaagt aan tot een steeds wilder, een steeds duivelscher tempo. Hij gilt, hij uit scherpe, langgerekte stooten, speelttegendemaatin,desnoodslangsdemaatheen,maargeraffineerd bewust,zoodathijhetmeesleependtempoenhetrazenderhythme,dat als een koortsachtigen hartslag in zijn band mokert, fel onderstreept. Er leeftinderdaadietsvandeoudemassa-dansenvanduisterAfrikainzijn waanzinnige alles meeslepende kunst. Het publiek, volgens het verslag ‘allemaal jongelieden en slechts enkele ouderen’, gedroeg zich als ‘één bezeten massa, één telkens weer wild brullende menigte.’ DagbladHetVaderlandprees het ‘voortreffelijk verzorgde ritme’ in het orkest van Armstrong: Dedrummervoerthet,metzijnvliegenmeppersenz'nstokken,somsop toteenextase,dieteruggrijptindecultuuruitdeAfrikaanscheoerwouden, bij woeste fascineerende krijgsdansen. DeoptredensvandeAmerikaansetenorsaxofonistColemanHawkinsindezomer van1935verliepenminderspectaculairenwerdentotongenoegenvanhetbladDe Jazzwereldternauwernood opgemerkt in de media. Daar zou pas verandering in komen toen Hawkins - die in het licht van de eeuwigheid niet onder zou doen voor EllingtonofArmstrong-zijngeplandetourneedoorEuropamoestafbreken.Duitsland gaf hem op grond van de nieuwe nationaal-socialistische richtlijnen geen toestemming om de grens over te steken. De gestrande Hawkins bleef vier jaar in Nederland, maakte platen met onder andere de hier eveneens gevestigde zwarte AmerikaansepianistFreddyJohnsonensoleerdealsgastregelmatigbijdeRamblers op de VARA-radio.Werken wilde hij, zoveel mogelijk en met wie hij maar kon. Volgens de Haagse jazzhistoricus Arie van Breda kunnen vrijwel alle musici die vóór de oorlog jazz speelden, er zich op beroepen ooit met Coleman Hawkins te hebbengewerkt,‘rijpengroen,bekendenenonbekenden’(VanBreda2000,151). Voor‘TheBean’,zoalsHawkinswerdgenoemd,wasdefoyervanhetKurhausgoed genoeg. Hij CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 98 nam genoegen met nederige schnabbels als sfeermuzikant in Amsterdam bij restaurant Rutecks aan het Rembrandtplein of tearoom Formosa aan het Spui. KoosVorrink,voorzittervandeSociaalDemocratischeArbeidersPartij,waseen van de bekende Nederlanders aan wieDeRadiogidsin maart 1935 de vraag had voorgelegd: ‘Hoe denkt U over jazz?’ Vorrink antwoordde dat hij er wel van kon genieten: ‘Ik persoonlijk heb een zwak voor negers en hun kunst. Ik herinner me muziektehebbengehoordvaneenoerkrachtigrythme,volbloedwarmelevensdrift, wild en van een grootse eenvoud. Heel menselijk. Heel romantisch.’1 In de waardering van de vooruitstrevende Vorrink klonk de humane visie van de ware sociaal-democraat door: de ‘negers en hun kunst’ hadden evenzeer bestaansrechtalsdeWeensewals,degeciviliseerdeaccordeon-tangoofdeDuitse schlager, die de sympathie van een aanzienlijk groter deel van de bevolking wegdroegen.Deinmiddelsvergeeldepublicatiesuitdieperiodebevestigenunaniem deindrukdatbelangstellingvoor‘zwarte’jazzprimairvoortkwamuitantropologische nieuwsgierigheid. Het handjevol Surinaamse musici dat in ons land actief was, speelde gretig op de trend in. Aankondigingen van hun concerten lieten het land van herkomst doorgaansinhetmidden;hetwasiniedergeval‘ZuidAmerikaansch’enhetbetrof ‘negerjazz.’DeNijmeegsetrompettistHenkvanVorstenbosherinnerdezichhoehij halverwegedejarendertigtijdensdeVierdaagseinNijmegenindancingBijWilliam naareen‘Neger-orkest’luisterdevan‘detoennognietaltebeste,maarwelkeihard spelende’ Teddy Cotton. DeherenhaddenteelfderurenogsneldamesblousesgekochtbijC&A, om zodoende excentriek voor de dag te komen. Enfin, het gevolg was dat de danstent van William bomvol was en de mensen buiten in de rij stonden. Onder het motto Beter Hard Geblazen Dan De Mond Gebrand speelde Teddy Cotton steevast primitieve riffjes, die door het publiek werden meegelald in een enorm swingende sfeer. Toen William de Surinamers na hun Vierdaagse-optreden moest uitbetalen, bleek dat de herenherenderreedszoveelverteerdhadden,dathijzezelfsextrageld moest geven voor de terugreis naar het westen. (Van Vorstenbos, z.j.] De jeugdige liefhebbers gingen massaal overstag. Muziek was voor hen méér gewordendaneenintrospectieveverklankingvanschoonheidofhetreproduceren vandevertrouwdewerkelijkheid.Muziekkonookopjuttentotextase,maarjuistdie functie werd haar door het bezorgde deel van de natie ontzegd. In zijn proefschrift OngewenschtemuziektoonthistoricusKeesWoutersomstandigaandatjazzvóór de oorlog werd geassocieerd met ‘barbarij, primitieve oerinstincten en erotiek’ (Wouters1999,7).TijdenseenAVRO-uitzendingvandeRamblersdraaidedeAVRO in 1933 het ritme en verschillende koperpassages weg; één nummer werd zelfs afgebroken en vervangen door een grammofoonplaat met accordeonmuziek. CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 99 Jazz was ‘pornografische muziek’ die volgens kunstcriticus Henri Borel haar oorsprong vond ‘bij zich tot erotische waanzin opwindende, barbaarsche negerstammen’ (Borel, 1927, 7). Jazz had niets te maken met de geest die een jeugdbeweging behoort uit te stralen, hield het AJC-bladHetSignaalin december 1936zijnlezersvoorinhetartikel‘Degeestvandetijd’.Jazzwasuitermategeschikt voor ‘mensen met een poloshirt van zijde en een flodderpantalon.Deze muziek moet dan ook beschouwd worden als een middel om de verveling te verdrijven en om de lege tijd dood te slaan en daar heeft de jeugdbeweging toch zeker geen behoefteaan.Eenfeitisook,datmenerverslaafdaanraakt,netalsaansigaretten.’2 Een intrigerende boutade, omdat die illustreert dat bezwaren zich niet tegen de muziek als zodanig keerden, maar afrekenden met nevenverschijnselen die tegenwoordigtotlifestylezoudenwordengerekend.Blijkbaarwasjazzeenmanier van leven. Jazz hoorde thuis in de mondaine wereld van zijden hemden, flodderbroeken en sigaretten. ‘Het zwarte gevaar’ Tja, wat moest je van dat moderne swing-gedoe vinden? Tekstschrijver Jacques vanTol(dieLouisDavidsenWilDerbyaanliedjeshielp)steldedetijdgeestin1936 aan de orde in de ‘Hocipoca Song’, waarvan de bladmuziek bewaard bleef, maar waarvan niet bekend is of het ooit in het openbaar werd gezongen: VanavondgaanwenaarHocipoca diebrengtonsdenieuwerumba,deCarioca Hijkomtmeteenjazzbandvantwintignikkers alskolenzozwart,metogenalsglazenknikkers. Hijbrengtonsdekunstvanzijnland meteenbuscapucijnersinelkehand. Enniemandleestopzijnsnuit ofdienegeronsaanlachtofuit. Fans van zwarte jazz konden in de loop van 1936 terecht in de speciaalzaken die hier, naar het voorbeeld van de befaamde ‘negercabarets’ in Parijs, kort na elkaar werden opgericht. Surinamers die geen instrument bespeelden, vonden er op z'n minstwerkalsportierofindebediening;rietblazerKidDynamite,trompettistTeddy Cotton, de (Brits-Guyanese) drummer Arthur Pay, drummer Lou Holtuin, bassist JuliusZeegelaar,pianistFreddyJohnsonentrompettist/gitaristMikeHidalgokregen het drukker dan ooit tevoren. Ook Coleman Hawkins vond eindelijk de podia waar hijregelmatigkonoptreden.‘WereldvermaardeNegerSolisten.WereldstadAttractie’, adverteerdehetpasgeopendeNegroPalace(aanhetAmsterdamseThorbeckeplein) op 31 oktober 1936 in hetAlgemeenHandelsblad. ‘Nieuw! De sensatie van 1936! NewYork'sNegerwijkHarleminRotterdam’,annonceerde‘negropalace’Mephisto (aan CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 100 Afb.5.1JazzclubMephistoinRotterdam,jarendertig de Binnenweg) op 5 november 1936 in dagbladVoorwaarts. Het openingsconcert kwamvoorrekeningvan‘TeddyCottonsSwingBanduitNewYork’,eensextetdat in werkelijkheid geheel in Suriname was gerekruteerd. Op 1 oktober 1937 maakte de een jaar eerder uit Paramaribo gearriveerde Max Woiski zijn muzikale debuut (metfluit,klarinetengitaar)inMephisto.Woiskiwerdaangekondigdals‘JoséBaretto uit Cuba.’ De toegangspoort tot Mephisto was gezaagd en beschilderd in de vorm van een reusachtige, opengesperde mond van een ‘neger’, waar het publiek door naar binnen liep. CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 101 Afb.5.2AdvertentievoordeNegroMelodyClub,DeNieuweHaagsche,1933 ScheveningenkreegeenNegroMelodyClub,inDenHaagopendeTheShimSham NegroClubenindeWagenstraatteAmsterdam,opeensteenworpafstandvanhet concurrerende Negro Palace, verrees The Negro Kit Cat Club. ‘Een goedkope negerkroeg,’ schreefDeJazzwereld, ‘waar de bediening uitsluitend door negers geschiedt, de cliëntèle soms voor een groot deel uit negers bestaat en de muziek ten slotte door een “coloured” orkest wordt geleverd.’ Een langdurig succes was deze curieuze clubs niet beschoren. Binnen een jaar na de oprichting gingen ze één voor één ter ziele, maar dat lag niet aan de exploitanten. De muziek was evenmin schuldig aan het echec. De oorzaak stak in debedenkelijkelifestylediehetbevoegdgezagaanhabituésenmusicitoeschreef. RuimeenmaandnadatTheNegroKitCatClubenNegroPalacehetuitgaanscentrum verrijkten, wees politiecommissaris H.J. Versteeg de Amsterdamse burgemeester W. de Vlugt op het ‘zwarte gevaar’ dat volgens hem van de etablissementen te duchten viel. Per brief onthulde Versteeg op 7 december 1936 dat in de ‘negercabarets’ meestal de kennismaking begon tussen Surinamers en meisjes of jongevrouwendiezich‘voordezerelatiesmaaraltegevoeligtoonden’.Hetgevolg was veelal ‘een bezoek aan particuliere woning of rendez-vous en het plegen van ontucht, met alle gevolgen vandien’. Elf dagen later, op 18 december 1936, rapporteerde de commissaris ‘dat het kwaad der negercabarets inderdaad zeer ernstig moet worden genomen’. Op de avond van de vijftiende december hadden twee rechercheurs twee meisjes van vijftien en zestien jaar - ‘HBS-leerlingen van vrij goede huize’ - in de club CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 aangetroffen.Demeisjeswerdenvoorverhoormeegenomennaarhetbureau.Daar bleek dat de zestienjarige het in The Negro Kit Cat Club had aangelegd met een 37-jarige Surinamer die bekend stond onder de naam Johnson. ‘Hetgeen ertoe geleid heeft,’ vervolgde de hoofdcommissaris, ‘dat zij, vrijwel door eigen schuld, door hem op zijn kamer onzedelijk is betast. Dat er geen erger dingen geschied zijn, mag als een gelukkig toeval worden beschouwd.’ Uit verklaringen van beide minderjarigen was volgens Versteeg gebleken ‘welk een funeste invloed deze zwartenenhunmuziekvooralopjeugdigenuitoefenen;deéénisdolopdezwarten zelf, de ander “wordt gek van het rythme”’. De commissaris ging zich persoonlijk vandesituatieindeWagenstraatvergewissenenconcludeerdedatTheNegroKit Cat ten onrechte een amusementsvergunning CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 102 wasverleend.‘Devoortgebrachtemuziek,alsmentenminstetedienopzichtenog van muziek kan spreken, is m.i. alléén geschikt om de trommelvliezen op deugdelijkheidtetoetsen,’rapporteerdehij.‘Hetoptredenvandebandleidervooral verplaatst de bezoeker in Artis. In dat dierenparadijs kan men de fratsen van de apennogwaarderen,inTheNegroKitCatClubishetoptredendezer“mens-apen” walgelijkomaantezien.Ouderenzullen,uitnieuwsgierigheidnaardatsoortzaken gedreven, het slechts tot een enkel bezoek brengen. Voor de jeugdigen nochtans schijnthetdierlijk-aandoendoptredenderzwartenenhetgeenzijtengehorebrengen - in deze “verlichte eeuw” - iets aantrekkelijks te hebben. Zij dwepen ermede en halenanderenoverooktegaan“genieten”.Voordezwakkerenonderhenkunnen de gevolgen, zoals de praktijk intussen aantoonde, helaas te betreuren zijn.’ Burgemeester De Vlugt deelde de bezwaren van de commissaris en trok de vergunningen van The Negro Kit Cat Club met onmiddellijke ingang in. The Negro Palace aan het Thorbeckeplein werd aanvankelijk ongemoeid gelaten omdat daar nooitietswasvoorgevallendathetdaglichtnietkonverdragen.‘Niettemin’,schreef Versteeg later aan de burgemeester, ‘is de houder van het Negro Palace toen ook aangezegddatdezerzijds,zodragegrondeklachtenoverdenegersinkwamen,een voorstelzouwordengedaantotintrekkingvandehemverleendegunstvergunningen, waarbijikdeeddoorschemerendathij'tbestedeedomdenegers,zijhetoplangere termijn, te ontslaan.’ In de zomer van 1937 kregen de Surinaamse employés van TheNegroPalaceinderdaadtehorendatergeenwerkmeervoorzewas.Eigenaar Fritz Harig was bezweken voor de druk van politie en gemeente. Sluiting van de ‘negercabarets’leekministervanBinnenlandseZaken,H.vanBoeyen(CHU),zo'n voortreffelijke maatregel dat hij op 27 augustus 1937 de burgemeesters van grote gemeentenineen‘persoonlijke’briefopriephetAmsterdamsevoorbeeldtevolgen: Bij deze heb ik de eer u te berichten dat er de laatste tijd ernstige klachtenzijnbinnengekomenoverdegedragingenopzedelijkgebiedvan verschillende Surinaamse negers, die hier te lande onder meer hun bestaanzoekendoorhetexploiterenvanz.g.‘negercabarets’ofweldoor het spelen in negerbands. [...] Het wil mij voorkomen dat de maatregel, dooruwambtgenootinAmsterdamgenomen,doelmatigisenaanbeveling verdient. Voor het geval ook in uw gemeente Surinamers optreden in cafés, restaurants en dancings moge ik die maatregel in uw overweging aanbevelen. Elke maandag was er ‘artiestenbeurs’ op het Rembrandtplein, waar vraag en aanbod uit de showbusiness van die dagen elkaar ontmoetten. Onder de menigte verzameldenzichaltijdweleenstukoftienSurinamersdieeeninstrumentkonden bespelen, die konden zingen of dansen. Ze waren populair totdat zaaleigenaren, impresario'senexploitantenvreesdendatzemethetengagerenvanzwarteartiesten intrekkingvanvergunningenriskeerden.Dedreigementenvandeoverheidkwamen neeropeenverkaptwerkverbodvoorSurinamers,oordeeldegeïllustreerdweekblad Het CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980 103 Afb.5.3HetorkestHidalgodatoptradincaféHetWagenwielaandeNieuwendijkin Amsterdamin1943.V.l.n.r.:LodewijkRudolfArthurParisiusaliasKidDynamite(tenorsax), JulesZeegelaar(bas),LouHoltuin(drums)enMikeHidalgo(trompet) Levenop 29 mei 1937. Uit de kop: ‘Nederlanders die het moeilijk hebben’ sprak een invoelende teneur. Zij[deSurinaamsemusici,RK]zijnnueenmaalaangewezenopcabarets, op clubs, op nachtzaken. Er zijn tientallen van deze gelegenheden in Amsterdam, waar dagelijks dingen gebeuren die niet geduld moesten worden. Maar de politie staat er CultuurenmigratieinNederland.Kunsteninbeweging1900-1980

See more

Similar 3 januari 1928. Drie Surinaamse verstekelingen komen aan in Amsterdam om artiest te worden. 5 ...

×